
De denkfout die veel mensen maken is dat christenen zouden geloven dat Jezus gelijk staat aan God (Allah). Dat leert het christelijke geloof echter niet. Jezus is onderdeel van de Drie-Eenheid, die bestaat uit God de Vader, de Zoon (Jezus) en de Heilige Geest.
Veel mensen hebben mij gevraagd om te laten zien waar staat in de Bijbel dat Jezus zegt ‘Ik ben God’. Hoewel velen het niet doorhebben zegt Jezus dit inderdaad:
Johannes 8:58
Jezus zeide tot hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Eer Abraham was, ben Ik.
Jezus zegt hier iets heel belangrijks, maar de meeste mensen die niet bekend zijn met de Bijbel zullen het niet
doorhebben.
De joden en Jezus waren in discussie over wie Jezus nou precies was. Jezus zegt dat Abraham verheugd was om de dag
te zien dat Jezus zou komen. Vervolgens vragen de joden hoe dat kan, aangezien Jezus nog geen vijftig jaar oud is
en Abraham natuurlijk meer dan duizend jaar voor hun tijd leefde.
Dan volgt vers 58, waarin Jezus zegt dat Hij er al was voordat Abraham leefde. Dat op zich zegt ons al iets. Maar
de woorden die Jezus kiest zijn veelzeggend. ‘Eer Abraham was, ben Ik’. Jezus kiest daar de naam van God om
duidelijk te maken wie Hij is.
Exodus 3:14
Toen zeide God tot Mozes: Ik ben, die Ik ben. En Hij zeide: Aldus zult gij tot de Israëlieten zeggen: Ik ben
heeft mij tot u gezonden.
Jezus gebruikt dus dezelfde naam waarmee God Zichzelf openbaarde aan Mozes. Joden kenden die naam heel goed.
Hiermee geeft Jezus aan dat Hij meer is dan slechts een mens. Voor mensen die niet goed bekend zijn met de Bijbel
is dit misschien niet zo duidelijk.
Maar de joden uit de tijd van Jezus wisten heel goed wat Hij had gezegd:
Johannes 8:59
Zij namen dan stenen op om naar Hem te werpen; maar Jezus verborg Zich en verliet de tempel.
Direct nadat Jezus voor zichzelf de naam claimde waarmee God zich aan Mozes bekend had gemaakt, probeerden de mensen Hem te stenigen. Zij begrepen de woorden die Jezus had gebruikt heel goed, ze wilden of konden het alleen niet geloven.
Het bijzondere aan het christelijke geloof is dat Jezus mens werd. Daarvoor bestond Hij al in de hemel. Maar om de mensheid te redden van zonden werd Hij een mens als wij.
Filippenzen 2:5-7
Laat die gezindheid bij u zijn, welke ook in Christus Jezus was, die, in de gestalte Gods zijnde, het Gode gelijk
zijn niet als een roof heeft geacht, maar Zichzelf ontledigd heeft, en de gestalte van een dienstknecht heeft
aangenomen, en aan de mensen gelijk geworden is.
Bovenstaande is geen makkelijke tekst, maar er staat dat Jezus al bestond voordat Hij werd geboren als mens.
Hij heeft ervoor gekozen om mens te worden en is net als wij geworden. Daarom ook zien we door de Evangeliën heen
dat Jezus menselijk is. Dat leert het christelijke geloof heel duidelijk.
En toch is Jezus niet slechts een mens, zoals Hij zelf duidelijk maakt in Johannes 8:58. Maar er zijn meer verzen
waarin Jezus duidelijk zegt wie Hij werkelijk is.
Matteüs 9:4-7
En daar Jezus hun overleggingen kende, zeide Hij: Waarom overlegt gij kwaad in uw hart? Want wat is
gemakkelijker, te zeggen: Uw zonden worden vergeven, of te zeggen: Sta op en wandel? Maar, opdat gij weten moogt,
dat de Zoon des mensen macht heeft op aarde zonden te vergeven – toen zeide Hij tot de verlamde: Sta op, neem uw
bed op en ga naar uw huis. En hij stond op en ging naar huis.
Dit voorval maakt duidelijk dat Jezus macht had om zonden te vergeven. Nu kun je zeggen dat Hij die macht had gekregen van God (Allah). Maar Jezus is wel de enige die dat op die manier kon doen. Krishna, Boedhha en Mohammed konden dat bijvoorbeeld niet.
Jezus’ volgelingen hebben Jezus verschillende malen meer dan een mens genoemd. Jezus wees hun nooit terecht. Terwijl Hij dat meerdere malen wel deed als zij iets zeiden wat niet klopte. Het duidelijkst in zijn woorden is Thomas.
Johannes 20:26-29
En na acht dagen waren zijn discipelen weer in het huis en Tomas met hen. Jezus kwam, terwijl de deuren
gesloten waren, en Hij stond in hun midden en zeide: Vrede zij u! Daarna zeide Hij tot Tomas: Breng uw vinger
hier en zie mijn handen en breng uw hand en steek die in mijn zijde, en wees niet ongelovig, maar gelovig. Tomas
antwoordde en zeide tot Hem: Mijn Here en mijn God! Jezus zeide tot hem: Omdat gij Mij gezien hebt, hebt gij
geloofd? Zalig zij, die niet gezien hebben en toch geloven.
Thomas noemt Jezus, ‘mijn God’. Daarop zegt Jezus dat Thomas geloof heeft. Wat Thomas zegt is dus juist en klopt.
De profeet Jesaja heeft vele malen geprofeteerd over Jezus. Eén van de meest bijzonder gaat specifiek over wie
Hij is. Jesaja heeft het over een Kind die geboren zal worden, een Zoon die gegeven wordt aan de mensheid. Die
Zoon zal o.a. Sterke God en Eeuwige Vader worden genoemd.
Jesaja 9:5
Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij rust op zijn schouder en men noemt
hem Wonderbare Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst.