
Farao Merenptah (1.213-1.203 voor Christus) heeft een stele laten maken om zijn overwinning over verschillende volken
in Palestina te gedenken. Op dit zwart stuk graniet van meer dan 2 meter hoog komt ook de naam Israël voor.
De referentie aan Israël is overdreven grootspraak van de Farao, Israël zou zijn verwoest. Maar het is wel een duidelijk verwijzing naar Israël. Het gedenkteken werd in
ongeveer 1.210 v. Chr. opgericht in Thebe. Dat is na de Exodus, waarschijnlijk in de tijd van de Richteren.
Dit ondersteunt het bijbelse verslag van de Exodus. De Israëlieten ontvluchtte Egypte en vestigden zich in de buurt,
namelijk in Kanaän.
Op de stele worden alle overwonnen volken (Ashkelon, Gezer en Yanoam) aangeduid als stadstaat, met uitzondering van Israël. Dit wordt aangeduid als een volk. Dit sluit aan bij het bijbelse verslag. De Israëlieten waren wel één volk, maar hadden op dat moment geen koning of vorst. Dit in tegenstelling tot de omringende volken.