Zegt Paulus wel hetzelfde als Jezus?

Onder sommige mensen leeft het idee dat niet Jezus, maar Paulus de stichter van het christendom is geweest. Het christendom zou niet overeen komen met de leer van Jezus. Er is echter absoluut geen grond voor deze bewering. De overeenkomsten tussen Jezus en Paulus zijn overweldigend. De dingen die Paulus heeft gezegd zijn in overeenstemming met de leer van Jezus.


We zullen hier een aantal punten geven die duidelijk laten zien dat Jezus en Paulus hetzelfde hebben gezegd.


1. Jezus is de Messias / de Christus


Jezus
Hij zeide tot hen: Maar gij, wie zegt gij, dat Ik ben? Simon Petrus antwoordde en zeide: Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God! Jezus antwoordde en zeide: Zalig zijt gij, Simon Barjona, want vlees en bloed heeft u dat niet geopenbaard, maar mijn Vader, die in de hemelen is (Matteüs 16:15-17)


Paulus
…wijdde Paulus zich geheel aan de prediking, waarin hij de Joden betuigde, dat Jezus de Christus is (Handelingen 18:5)


2. Jezus is de Zoon van God


Jezus
En zij zeiden allen: Zijt Gij dan de Zoon van God? Hij zeide tot hen: Gij zegt zelf, dat Ik het ben. En zij zeiden: Wat hebben wij verder voor getuigenis nodig? Zelf hebben wij het immers uit zijn mond gehoord. (Lucas 22:70-71)


Paulus
…dat hij terstond in de synagogen verkondigde, dat Jezus de Zoon van God is. (Handelingen 9:20)



3. Jezus is Heer


Jezus
Gij noemt Mij Meester en Here, en gij zegt dat terecht, want Ik ben het. (Johannes 13:13)


Paulus
voor ons nochtans is er… één Here, Jezus Christus (1 Korintiërs 8:6)


4. Jezus is God


Jezus
Tomas antwoordde en zeide tot Hem: Mijn Here en mijn God! Jezus zeide tot hem: Omdat gij Mij gezien hebt, hebt gij geloofd? Zalig zij, die niet gezien hebben en toch geloven. (Johannes 20:28-29)


Paulus
… uit hen is, wat het vlees betreft, de Christus, die is boven alles, God, te prijzen tot in eeuwigheid! Amen. (Romeinen 9:5)


5. Jezus is mens

Jezus
Jezus zeide tot hen: Indien gij kinderen van Abraham zijt, doet dan de werken van Abraham; maar nu tracht gij Mij te doden, een mens, die u de waarheid gezegd heeft, welke Ik van God gehoord heb; dit deed Abraham niet. (Johannes 8:39-40)


Paulus
Want er is één God en ook één middelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus (1 Timoteüs 2:5)

6. Jezus is geboren uit een vrouw


Jezus
En de engel zeide tot haar: Wees niet bevreesd, Maria; want gij hebt genade gevonden bij God. En zie, gij zult zwanger worden en een zoon baren, en gij zult Hem de naam Jezus geven. Deze zal groot zijn en Zoon des Allerhoogsten genoemd worden (Lucas 1:30-32)


Paulus
Maar toen de volheid des tijds gekomen was, heeft God zijn Zoon uitgezonden, geboren uit een vrouw (Galaten 4:4)


7. God zond Jezus


Jezus
… Ik ben van God uitgegaan en gekomen; want Ik ben niet van Mijzelf gekomen, maar Hij heeft Mij gezonden (Johannes 8:42)


Paulus
Want wat de wet niet vermocht, omdat zij zwak was door het vlees – God heeft, door zijn eigen Zoon te zenden in een vlees, aan dat der zonde gelijk, en wel om de zonde, de zonde veroordeeld in het vlees (Romeinen 8:3)


8. Jezus is de weg naar de Vader


Jezus
Jezus zeide tot hem: Ik ben de weg en de waarheid en het leven; niemand komt tot de Vader dan door Mij. (Johannes 14:6)


Jezus
door Hem hebben wij beiden in één Geest de toegang tot de Vader. (Efeziërs 2:18)


9. Jezus is leven


Jezus
Ik ben de weg en de waarheid en het leven (Johannes 14:6)


Paulus
Wanneer Christus verschijnt, die ons leven is. (Kolossenzen 3:4)


10. Jezus is koning


Jezus
Jezus antwoordde: Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld; indien mijn Koninkrijk van deze wereld geweest was, zouden mijn dienaars gestreden hebben, opdat Ik niet aan de Joden zou worden overgeleverd; nu echter is mijn Koninkrijk niet van hier. Pilatus dan zeide tot Hem: Zijt Gij dus toch een koning? Jezus antwoordde: Gij zegt, dat Ik koning ben. (Johannes 18:36-37)


Paulus
…dat in geen geval een hoereerder, onreine of geldgierige, dat is een afgodendienaar, erfdeel heeft in het Koninkrijk van Christus en God. (Efeziërs 5:5)


11. Jezus komt uit de hemel


Jezus
En niemand is opgevaren naar de hemel, dan die uit de hemel nedergedaald is, de Zoon des mensen. (Johannes 3:13)


Paulus
Wat betekent dit: Hij is opgevaren, anders dan dat Hij ook nedergedaald is naar de lagere, aardse gewesten? (Efeziërs 4:9)


12. Jezus is redder


Jezus
Want God heeft zijn Zoon niet in de wereld gezonden, opdat Hij de wereld veroordele, maar opdat de wereld door Hem behouden worde. (Johannes 3:17)


Paulus
Dit is een getrouw woord en alle aanneming waard, dat Christus Jezus in de wereld gekomen is om zondaren te behouden. (1 Timoteüs 1:15)


13. Jezus is de waarheid


Jezus
Ik ben de weg en de waarheid en het leven. (Johannes 14:6)


Paulus
Gij toch hebt van Hem gehoord en zijt in Hem onderwezen, gelijk dit de waarheid is in Jezus (Efeziërs 4:21)


14. Jezus stelde het avondmaal in


Jezus
En terwijl zij aten, nam Hij een brood, sprak de zegen uit, brak het, gaf het hun en zeide: Neemt, dit is mijn lichaam. En Hij nam een beker, sprak de dankzegging uit, en gaf hun die en zij dronken allen daaruit. En Hij zeide tot hen: Dit is het bloed van mijn verbond, dat voor velen vergoten wordt. (Marcus 14:22-24)


Paulus
Want zelf heb ik bij overlevering van de Here ontvangen, wat ik u weder overgegeven heb, dat de Here Jezus in de nacht, waarin Hij werd overgeleverd, een brood nam, de dankzegging uitsprak, het brak en zeide: Dit is mijn lichaam voor u, doet dit tot mijn gedachtenis. Evenzo ook de beker, nadat de maaltijd afgelopen was, en Hij zeide: Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed, doet dit, zo dikwijls gij die drinkt, tot mijn gedachtenis. (1 Korintiërs 11:23-25)


15. Jezus getuigde voor Pontius Pilatus


Jezus
Pilatus dan keerde terug in het gerechtsgebouw en riep Jezus en zeide tot Hem: Zijt Gij de Koning der Joden? Jezus antwoordde: Zegt gij dit uit uzelf of hebben anderen u over Mij gesproken? Pilatus antwoordde: Ben ik soms een Jood? Uw volk en de overpriesters hebben U aan mij overgeleverd; wat hebt Gij gedaan? Jezus antwoordde: Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld; indien mijn Koninkrijk van deze wereld geweest was, zouden mijn dienaars gestreden hebben, opdat Ik niet aan de Joden zou worden overgeleverd; nu echter is mijn Koninkrijk niet van hier. Pilatus dan zeide tot Hem: Zijt Gij dus toch een koning? Jezus antwoordde: Gij zegt, dat Ik koning ben. Hiertoe ben Ik geboren en hiertoe ben Ik in de wereld gekomen, opdat Ik voor de waarheid zou getuigen; een ieder, die uit de waarheid is, hoort naar mijn stem. (Johannes 18:33-37)


Paulus
…voor God, die alle leven wekt, en voor Christus Jezus, die de goede belijdenis voor Pontius Pilatus betuigd heeft (1 Timoteüs 6:13)


16. Jezus heeft geleden


Jezus
Van toen aan begon Jezus Christus zijn discipelen te tonen, dat Hij naar Jeruzalem moest gaan en veel lijden (Matteüs 16:21)


Paulus
Want gelijk het lijden van Christus overvloedig over ons komt. (2 Korintiërs 1:5)


17. Jezus stierf


Jezus
En Jezus slaakte een luide kreet en gaf de geest. (Marcus 15:37)


Paulus
Want indien wij geloven, dat Jezus gestorven en opgestaan is. (1 Tessalonicenzen 4:14)


18. Jezus stond op uit de dood op de derde dag


Jezus
Jezus antwoordde en zeide tot hen: Breekt deze tempel af en binnen drie dagen zal Ik hem doen herrijzen… Maar Hij sprak van de tempel zijns lichaams…Toen Hij dan opgewekt was uit de doden, herinnerden zijn discipelen zich, dat Hij dit gezegd had. (Johannes 2:19, 21, 22)


Paulus
Christus is gestorven voor onze zonden, naar de Schriften, en Hij is begraven en ten derden dage opgewekt. (1 Korintiërs 15:3,4)


19. Jezus voer op ten hemel


Jezus
De Here [Jezus] dan werd, nadat Hij tot hen gesproken had, opgenomen in de hemel. (Marcus 16:19)


Paulus
Hij, die nedergedaald is, Hij is het ook, die is opgevaren ver boven alle hemelen, om alles tot volheid te brengen (Efeziërs 4:10)


20. Jezus is gezeten aan de rechterhand van de Vader


Jezus
Wederom ondervroeg de hogepriester Hem en zeide tot Hem: Zijt Gij de Christus, de Zoon van de Gezegende? En Jezus zeide: Ik ben het, en gij zult de Zoon des mensen zien, gezeten aan de rechterhand der Macht (Marcus 14:61-62)


Paulus
…die Hij heeft gewrocht in Christus, door Hem uit de doden op te wekken en Hem te zetten aan zijn rechterhand in de hemelse gewesten (Efeziërs 1:20)


21. Jezus zal terug komen


Jezus
En dan zal het teken van de Zoon des mensen verschijnen aan de hemel en dan zullen alle stammen der aarde zich op de borst slaan en zij zullen de Zoon des mensen zien komen op de wolken des hemels, met grote macht en heerlijkheid. (Matteüs 24:30)


Paulus
want de Here zelf zal op een teken, bij het roepen van een aartsengel en bij het geklank ener bazuin Gods, nederdalen van de hemel, en zij, die in Christus gestorven zijn, zullen het eerst opstaan (1 Tessalonicenzen 4:16)


22. Jezus stierf uit liefde voor ons


Jezus
Dit is mijn gebod, dat gij elkander liefhebt, gelijk Ik u heb liefgehad. Niemand heeft grotere liefde, dan dat hij zijn leven inzet voor zijn vrienden. (Johannes 15:12-13)


Paulus
En voor zover ik nu (nog) in het vlees leef, leef ik door het geloof in de Zoon van God , die mij heeft liefgehad en Zich voor mij heeft overgegeven. (Galaten 2:20)


23. De dood van Jezus toont ons Gods liefde


Jezus
Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft (Johannes 3:16)


Paulus
God echter bewijst zijn liefde jegens ons, doordat Christus, toen wij nog zondaren waren, voor ons gestorven is. (Romeinen 5:8)


24. Jezus lijden, dood en wederopstanding zijn in overeenstemming met de Heilige geschriften.


Jezus
Hij zeide tot hen: Dit zijn mijn woorden, die Ik tot u sprak, toen Ik nog bij u was, dat alles wat over Mij geschreven staat in de wet van Mozes en de profeten en de psalmen moet vervuld worden. Toen opende Hij hun verstand, zodat zij de Schriften begrepen. En Hij zeide tot hen: Aldus staat er geschreven, dat de Christus moest lijden en ten derden dage opstaan uit de doden. (Lucas 24:44-46)


Paulus
Christus is gestorven voor onze zonden, naar de Schriften, en Hij is begraven en ten derden dage opgewekt, naar de Schriften. (1 Korintiërs 15:3-4)


25. Jezus verscheen aan Simon Petrus (ook bekend als Kefas) en de andere apostelen na zijn wederopstanding


Jezus
En zij stonden op en keerden terzelfder tijd terug naar Jeruzalem en zij vonden de elven en die bij hen waren, vergaderd, en dezen zeiden: De Here is waarlijk opgewekt en is aan Simon verschenen. En zij verhaalden wat onderweg gebeurd was en hoe Hij door hen herkend was bij het breken van het brood. En terwijl zij hierover spraken, stond Hij zelf in hun midden. (Lucas 24:33-36)


Paulus
en Hij is begraven en ten derden dage opgewekt, naar de Schriften, en Hij is verschenen aan Kefas, daarna aan de twaalven. (1 Korintiërs 15:4-5)


26. Jezus zal komen met de engelen


Jezus
Wanneer dan de Zoon des mensen komt in zijn heerlijkheid en al de engelen met Hem. (Matteüs 25:31)


Paulus
… bij de openbaring van de Here Jezus van de hemel met de engelen zijner kracht, in vlammend vuur, als Hij straf oefent over hen, die God niet kennen en het evangelie van onze Here Jezus niet gehoorzamen. (2 Tessalonicenzen 1:7-8)


27. Ontken Jezus en Hij zal ons ontkennen


Jezus
maar al wie Mij verloochenen zal voor de mensen, die zal ook Ik verloochenen voor mijn Vader, die in de hemelen is. (Matteüs 10:33)


Paulus
indien wij Hem zullen verloochenen, zal ook Hij ons verloochenen. (2 Timoteüs 2:12)


28. Jezus is rechter


Jezus
de Vader oordeelt niemand, maar heeft het gehele oordeel aan de Zoon gegeven. (Johannes 5:22)


Paulus
omdat Hij een dag heeft bepaald, waarop Hij de aardbodem rechtvaardig zal oordelen door een man, die Hij aangewezen heeft, waarvan Hij voor allen het bewijs geleverd heeft door Hem uit de doden op te wekken. (Handelingen 17:31)


29. De hemel zal voor altijd bestaan uit het samenzijn met Jezus


Jezus
In het huis mijns Vaders zijn vele woningen – anders zou Ik het u gezegd hebben – want Ik ga heen om u plaats te bereiden; en wanneer Ik heengegaan ben en u plaats bereid heb, kom Ik weder en zal u tot Mij nemen, opdat ook gij zijn moogt, waar Ik ben. (Johannes 14:2-3)


Paulus
want de Here zelf zal op een teken, bij het roepen van een aartsengel en bij het geklank ener bazuin Gods, nederdalen van de hemel, en zij, die in Christus gestorven zijn, zullen het eerst opstaan; daarna zullen wij, levenden, die achterbleven, samen met hen op de wolken in een oogwenk weggevoerd worden, de Here tegemoet in de lucht, en zó zullen wij altijd met de Here wezen. (1 Tessalonicenzen 4:16-17)


30. Jezus is de hoeksteen


Jezus
Ten laatste zond hij zijn zoon tot hen, zeggende: Mijn zoon zullen zij ontzien. Maar toen de pachters de zoon zagen, zeiden zij tot elkander: Dit is de erfgenaam, komt, laten wij hem doden om zijn erfenis aan ons te brengen. En zij grepen hem en wierpen hem buiten de wijngaard en doodden hem. Wanneer nu de heer van de wijngaard komt, wat zal hij met die pachters doen? Zij zeiden tot Hem: Een kwade dood zal hij die kwaden doen sterven en de wijngaard zal hij verhuren aan andere pachters, die hem de vruchten op tijd zullen afleveren. Jezus zeide tot hen: Hebt gij nooit gelezen in de Schriften: De steen, die de bouwlieden afgekeurd hadden, deze is tot een hoeksteen geworden; van de Here is dit geschied, en het is wonderlijk in onze ogen? (Matteüs 21:27-42)


Paulus
Zo zijt gij dan geen vreemdelingen en bijwoners meer, maar medeburgers der heiligen en huisgenoten Gods, gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, terwijl Christus Jezus zelf de hoeksteen is (Efeziërs 2:19-20)


31. Geef het leven op voor Jezus en we zullen nieuw leven krijgen


Jezus
die zijn leven verloren heeft om Mijnentwil, die zal het vinden. (Matteüs 16:25)


Paulus
indien wij met Hem gestorven zijn, zullen wij ook met Hem leven. (2 Timoteüs 2:11)


32. Er is maar één God


Jezus
Hoor, Israël, de Here, onze God, de Here is één. (Marcus 12:29)


Paulus
Indien er namelijk één God is. (Romeinen 3:30)


33. God is Vader


Jezus
mijn Vader is het, die Mij eert, van wie gij zegt: Hij is onze God (Johannes 8:54)


Paulus
Gezegend zij de God en Vader van onze Here Jezus Christus (Efeziërs 1:3)


34. De Vader zendt de Heilige Geest


Jezus
de Trooster, de heilige Geest, die de Vader zenden zal in mijn naam, die zal u alles leren en u te binnen brengen al wat Ik u gezegd heb. (Johannes 14:26)


Paulus
God heeft de Geest zijns Zoons uitgezonden in onze harten, die roept: Abba, Vader. (Galaten 4:6)


35. De Heilige Geest leeft in de gelovigen


Jezus
de Geest der waarheid, die de wereld niet kan ontvangen, want zij ziet Hem niet en kent Hem niet; maar gij kent Hem, want Hij blijft bij u en zal in u zijn. (Johannes 14:17)


Paulus
Of weet gij niet, dat uw lichaam een tempel is van de Heilige Geest, die in u woont, die gij van God ontvangen hebt, en dat gij niet van uzelf zijt? (1 Korintiërs 6:19)


36. De Heilige Geest helpt ons de boodschap van God begrijpen


Jezus
Nog veel heb Ik u te zeggen, maar gij kunt het thans niet dragen; doch wanneer Hij komt, de Geest der waarheid, zal Hij u de weg wijzen tot de volle waarheid; want Hij zal niet uit Zichzelf spreken, maar al wat Hij hoort, zal Hij spreken en de toekomst zal Hij u verkondigen. (Johannes 16:12-13)


Paulus
Want óns heeft God het geopenbaard door de Geest…Wij nu hebben niet de geest der wereld ontvangen, maar de Geest uit God, opdat wij zouden weten , wat ons door God in genade geschonken is. (1 Korintiërs 2:10, 12)


37. De Heilige Geest getuigt van Jezus


Jezus
Wanneer de Trooster komt, die Ik u zenden zal van de Vader, de Geest der Waarheid, die van de Vader uitgaat, zal deze van Mij getuigen…Hij zal Mij verheerlijken, want Hij zal het uit het mijne nemen en het u verkondigen. (Johannes 15:26, 16:14)


Paulus
Daarom maak ik u bekend, dat niemand, door de Geest Gods sprekende, zegt: Vervloekt is Jezus; en dat niemand kan zeggen: Jezus is Here, dan door de heilige Geest. (1 Korintiërs 12:3)


38. De Heilige Geest sprak door de profeten


Jezus
David zelf heeft door de heilige Geest gezegd (Marcus 12:36)


Paulus
Terecht heeft de heilige Geest door de profeet Jesaja tot uw vaderen gesproken (Handelingen 28:25)


39. Vergeef anderen zoals God ons vergeven heeft


Jezus
Toen ontbood zijn heer hem en zeide tot hem: Slechte slaaf, al die schuld heb ik u kwijtgescholden, daar gij het mij dringend hadt gevraagd. Hadt ook gij geen medelijden moeten hebben met uw medeslaaf, zoals ook ik medelijden had met u? En zijn meester werd toornig en gaf hem in handen van de folteraars, totdat hij hem al het verschuldigde zou betaald hebben. Alzo zal ook mijn hemelse Vader u doen, indien gij niet, een ieder zijn broeder, van harte vergeeft. (Matteüs18:32-35)


Paulus
Verdraagt elkander en vergeeft elkander, indien de een tegen de ander een grief heeft; gelijk ook de Here u vergeven heeft, doet ook gij evenzo. (Kolossenzen 3:13)


40. God kiest voor mensen die naar menselijke standaard onbelangrijk zijn


Jezus
Te dien tijde hief Jezus aan en zeide: Ik dank U, Vader, Heer des hemels en der aarde, dat Gij deze dingen voor wijzen en verstandigen verborgen hebt, doch aan kinderkens geopenbaard. (Matteüs 11:25)


Paulus
Integendeel, wat voor de wereld dwaas is, heeft God uitverkoren om de wijzen te beschamen, en wat voor de wereld zwak is, heeft God uitverkoren om wat sterk is te beschamen; en wat voor de wereld onaanzienlijk en veracht is, heeft God uitverkoren, dat, wat niets is, om aan hetgeen wèl iets is, zijn kracht te ontnemen, opdat geen vlees zou roemen voor God. (1 Korintiërs 1:27-29)


41. “Heb uw naaste lief als uzelf” vat de gehele wet samen


Jezus
Het tweede, daaraan gelijk, is: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf. Aan deze twee geboden hangt de ganse wet en de profeten. (Matteüs 22:39-40)


Paulus
Want de geboden: gij zult niet echtbreken, gij zult niet doodslaan, gij zult niet stelen, gij zult niet begeren en welk ander gebod er ook zij, worden samengevat in dit woord: gij zult uw naaste liefhebben als uzelf. (Romeinen 13:9)


42. De arbeider is zijn loon waard


Jezus
want de arbeider is zijn loon waard. (Lucas 10:7)


Paulus
De arbeider is zijn loon waard. (1 Timoteüs 5:18)


43. Eet wat u voorgezet wordt


Jezus
En als gij in een stad komt, waar men u ontvangt, eet wat u wordt voorgezet (Lucas 10:8)


Paulus
Indien een der ongelovigen u uitnodigt en gij wenst te gaan, eet dan alles, wat u wordt voorgezet, zonder dat gij navraag doet uit gewetensbezwaar. (1 Korintiërs 10:27)


44. Leg de handen op de zieken en zij zullen genezen


Jezus
Op zieken zullen zij de handen leggen en zij zullen genezen worden. (Marcus 16:18)


Paulus
Nu geschiedde het, dat de vader van Publius met ingewandskoortsen te bed lag; en Paulus ging tot hem en deed een gebed, en hij legde hem de handen op en genas hem (Handelingen 28:8)


45. Echtscheiding en hertrouwen is overspel


Jezus
En Hij zeide tot hen: Wie zijn vrouw wegzendt en een andere trouwt, pleegt echtbreuk ten opzichte van haar (Marcus 10:11-12)

Paulus
Want de gehuwde vrouw is door de wet aan haar man gebonden, zolang deze leeft; wanneer echter de man sterft, is zij ontslagen van de wet, die haar aan die man bond. Zo zal zij dan, indien zij bij het leven van haar man een ander tot man neemt, echtbreekster heten; wanneer echter de man sterft, is zij vrij van de wet, zodat zij geen echtbreekster is, indien zij zich aan een andere man geeft. (Romeinen 7:2-3)


46. Doop


Jezus
Gaat dan henen, maakt al de volken tot mijn discipelen en doopt hen in de naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes (Matteüs 28:19)


Paulus
En hij liet licht brengen, sprong naar binnen en wierp zich, bevende over al zijn leden, voor Paulus en Silas neder. En hij leidde hen naar buiten en zeide: Heren, wat moet ik doen om behouden te worden? En zij zeiden: Stel uw vertrouwen op de Here Jezus en gij zult behouden worden, gij en uw huis. En zij spraken het woord Gods tot hem in tegenwoordigheid van allen, die in zijn huis waren. En in datzelfde uur van de nacht nam hij hen mede om hun striemen af te wassen, en hij liet zichzelf en al de zijnen terstond dopen. (Handelingen 16:29-33)


47. Het belang van het verspreiden van het goede nieuws


Jezus
En Hij zeide tot hen: Gaat heen in de gehele wereld, verkondigt het evangelie aan de ganse schepping. (Marcus 16:15)


Paulus
want: al wie de naam des Heren aanroept, zal behouden worden. Hoe zullen zij dan Hem aanroepen, in wie zij niet geloofd hebben? Hoe geloven in Hem, van wie zij niet gehoord hebben? Hoe horen zonder prediker? En hoe zal men prediken zonder gezonden te zijn? Gelijk geschreven staat: Hoe liefelijk zijn de voeten van hen, die een goede boodschap brengen.

48. De doden opwekken


Jezus
Terwijl Hij dit tot hen sprak, zie, een overste (der synagoge) kwam tot Hem en viel voor Hem neder, en zeide: Mijn dochter is zo juist gestorven, maar kom en leg uw hand op haar en zij zal leven. En Jezus stond op en volgde hem met zijn discipelen… En toen Jezus in het huis van de overste kwam en de fluitspelers en het misbaar van de schare zag, zeide Hij: Gaat heen, want het meisje is niet gestorven, maar het slaapt. En zij lachten Hem uit. Toen de schare uitgedreven was, ging Hij binnen en vatte haar hand en het meisje ontwaakte. En de roep hierover verbreidde zich in die gehele streek. (Matteüs 9:18-19, 23-26)


Paulus
En toen wij op de eerste dag der week samengekomen waren om brood te breken, hield Paulus een toespraak tot hen en, daar hij van plan was de volgende dag te vertrekken, zette hij zijn rede voort tot middernacht. En er waren verscheidene lampen in de bovenzaal, waar wij vergaderd waren. En een zekere jonge man, genaamd Eutychus, zat in de vensterbank, en door een diepe slaap bevangen, viel hij, toen Paulus zo lang sprak, door de slaap overmand, van de derde verdieping naar beneden en werd dood opgenomen. Doch Paulus kwam naar beneden, wierp zich op hem, en sloeg de armen om hem heen, en zeide: Maakt geen misbaar, want er is leven in hem. En bovengekomen, brak hij brood en at, en hij sprak nog lang met hen, tot de morgenstond, en zo vertrok hij. En zij brachten de jongen levend weg, en werden buitengewoon bemoedigd. (Handelingen 20:7-12)


49. Doe goed aan hen die u vervolgen


Jezus
Hebt uw vijanden lief en bidt voor wie u vervolgen, opdat gij kinderen moogt zijn van uw Vader, die in de hemelen is. (Matteüs 5:44-45)


Paulus
Zegent wie u vervolgen, zegent en vervloekt niet. (Romeinen 12:14)


50. Jezus en Paulus zijn beiden besneden op de 8e dag


Jezus
En toen acht dagen vervuld waren, zodat zij Hem moesten besnijden, ontving Hij ook de naam Jezus (Lucas 2:21)


Paulus
Indien een ander meent op vlees te kunnen vertrouwen, ik nog meer: besneden ten achtsten dage (Filippenzen 3:4-5)


Bovenstaande opsomming is duidelijk. Paulus verkondigde niets anders dan dat Jezus verkondigde.
Persoonlijk ben ik tot bekering gekomen door het lezen van de Bijbel. Ik ben begonnen met het lezen van Genesis en las de in één keer door tot en met Openbaring. De Bijbel maakte indruk op mij door de eenheid. Een verschil in leer tussen Jezus en Paulus zou me zeker opgevallen zijn, maar het verschil is er simpelweg niet.