Mozes, de schrijver van de Torah

In de 19e eeuw beweerden wetenschappers dat de schrijfkunst in het Midden-Oosten pas rond het jaar 1.000 voor Christus werd uitgevonden. Dat is in de tijd van koning David, enkele honderden jaren na Mozes.
Tegenwoordig is er geen wetenschapper meer die dit zal beweren. In 1902 werd de ‘zwarte stele’ van Hammoerabi ontdekt in de ruďnes van de stad Susa. Hierdoor werd duidelijk dat de schrijfkunst al bestond in de tijd van Abraham.
Later werd duidelijk dat de schrijfkunst al veel eerder bestond. Rond 3.000 voor Christus ontstaat in Zuid-Mesopotamië het oudste ons bekende schrift. Dat is ruim 1.500 jaar voordat Mozes leefde. Het is duidelijk dat Mozes de auteur van de Torah kon zijn, het schrift bestond immers al.


In het Hebreeuws van de Torah treffen we een groot aantal woorden aan die een letterlijke vertaling zijn van Egyptische woorden. In de rest van de Bijbel komen ze niet voor, zoals het woord ‘ark’. Verder komen bepaalde Egyptische uitdrukkingen voor in de boeken Genesis en Exodus. Het gaat dan bijvoorbeeld om ‘in den beginne’, ‘levende ziel’, ‘ten strijde toegerust’.
Gedeelten van deze boeken spelen zich in Egypte af. Het voorkomen van deze woorden en uitdrukkingen in de tekst levert bewijs voor de historiciteit van deze verhalen. Het wijst ook op de oudheid van de oorspronkelijke bron. Waarschijnlijk zijn de verhalen niet lang na de slavernij in Egypte opgeschreven.


Sommige wetenschapper beweren dat de Torah pas tijdens de Babylonische ballingschap werd geschreven. Woorden die ten tijde van de ballingschap veel werden gebruikt in Babel ontbreken echter geheel in de Torah. Woorden voor aarde, vissen, vogels, kruipende dieren, slang, neus. Opvallend genoeg komen deze woorden wel voor in de boeken Daniël en Ezechiël. Deze twee boeken werden wel tijdens de Babylonische ballingschap geschreven. Het is duidelijk dat de boeken van Mozes niet tijdens de Babylonische ballingschap werden geschreven.


Het is juist zeer waarschijnlijk dat de Torah door Mozes ten tijde van de uittocht uit Egypte werd opgeschreven. Dit wordt ondersteund door de kennis van Egyptische gebruiken die in de Torah staan. Ook de Egyptische planten en dieren worden nauwkeurig beschreven. De acacia is een echte woestijnboom. Hij kwam alleen voor in Egypte, in de Sinaďwoestijn en in het extreem hete gebied rond de Dode Zee. De zeekoeien, waarvan de tachasvellen voor de tabernakel werden gemaakt, kwamen alleen voor in de Golf van Aqaba, bij Egypte. De schrijver van de Torah kende de geografie van Egypte.
De Egyptische plaatsen Migdol en Pi-Hachiroth worden bijvoorbeeld genoemd. De details die de schrijver van de Torah geeft over de woestijn waren belangrijk voor de Israëlieten. Voor ons lijkt het soms wellicht wat overbodige informatie. Maar zij trokken er immers doorheen en leefden dag aan dag in de woestijn.

De Samaritanen en Falasja’s

Drs. Ben Hobrink verwijst naar de Samaritanen en de Ethiopische Falasja’s als bewijs voor Mozes' auteurschap van de Torah. De Samaritanen woonden in Noord-Israël. In de achtste en zevende eeuw voor Christus ontstond er grote haat tussen de Joden en de Samaritanen en beiden wilden niets met elkaar te maken hebben.
Ook op godsdienstig gebied waren ze het oneens. De Samaritanen accepteren echter wel de boeken van Mozes en het boek Jozua. De Samaritaanse en Joodse Torah lijken veel op elkaar. Dit is duidelijk bewijs dat de Torah al bestond voor het scheuren van het koninkrijk in twee aparte koninkrijken, Israël en Juda. Daarna was er immers geen onderling contact meer. De Samaritanen accepteren de geschriften van de Joodse profeten dan ook niet.


De Ethiopische Falasja’s erkennen alleen de boeken van Mozes. Hun eigen overlevering gaat terug tot de tijd van koning Salomo. In de tijd van Salomo bestond de Torah dus al. Het was toen al het fundament van de Israëlieten.


Het verschil tussen Mozes en Hammoerabi

In Babylon regeerde koning Hammoerababi rond 1.800 voor Christus. Dit is ruim 300 jaar voordat Mozes leefde. Er wordt door sommige wetenschappers beweerd dat Mozes wetten overnam van onder andere deze koning Hammoerababi.
In 1901 werd tijdens opgravingen een grote zuil gevonden in Iran met daarop de wetten van deze koning. Sommige wetten en zinnen komen woordelijk overeen met de wet van Mozes, bijvoorbeeld “oog om oog, tand om tand”. Dit hoeft ons niet te bevreemden. De Bijbel leert ons dat alle volken van Noach afstammen. Daardoor hebben alle volken een bepaalde kennis van goed en kwaad.


Dat bepaalde wetten uit de Torah ook bij andere volken worden gevonden bewijst de goddelijke oorsprong van die wetten alleen maar. Bij de Israëlieten zijn de wetten, opgeschreven in de Torah, echter door de eeuwen heen bewaard zoals God het heeft geopenbaard. Bij alle andere volken is dit niet het geval. Menselijke invloeden en verzinsels hebben de kennis verwrongen.
De bewering dat Mozes de wetten van Hammoerabi heeft gekopieerd is echter wel onzinnig. Er zijn vier duidelijke verschillende in de wetten van de Torah in vergelijking met die van andere volken. De kern daarvan is dat de wetten in de Torah draaien om barmhartigheid en naastenliefde. “Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf”.