De oudheid en betrouwbaarheid van het Nieuwe Testament

Het bijzondere aan het Nieuwe Testament is dat de tijdsaanduiding (datering) en plaats uitzonderlijk goed zijn vast te stellen. Er is veel vergelijkingsmateriaal waardoor we de feiten uit het Nieuwe Testament kunnen controleren. Daarnaast zijn er ontzettend veel oude fragmenten en manuscripten gevonden van de geschriften. Van geen ander werk uit de oudheid bestaat er zoveel oud materiaal. Hiermee kan aangetoond worden dat de geschriften oud zijn en betrouwbaar zijn overgeleverd.


Oudheid van de Evangeliën

Van verschillende kanten wordt beweerd dat de geschriften van het Nieuwe Testament pas vele honderden jaren na Christus zijn opgeschreven. Daarom zou het niet meer betrouwbaar zijn. Sommige moslims beweren bijvoorbeeld dat pas nadat er allerlei veranderingen in de tekst zijn aangebracht, het Nieuwe Testament werd samengesteld. De oorspronkelijke boodschap van Jezus zou daardoor verloren zijn gegaan. Anderen dan moslims beweren iets vergelijkbaars. Het is vreemd dat juist moslims zoiets beweren.
Het oudste document dat we hebben van de Koran dateert uit de 10e eeuw, ongeveer 300 jaar na Mohammed. Dit document stamt dus na de verandering die kalief Uthman in de Koran heeft aangebracht. Vergeleken met het Nieuwe Testament is duidelijk dat die veel betrouwbaarder is.


Er zijn meer dan vijfduizend Griekse handschriften (zo worden oude documenten ook wel genoemd) gevonden en dat is vele malen meer dan van verslagen van andere gebeurtenissen uit dezelfde tijd. De oudste fragmenten dateren niet meer dan 100 jaar na Jezus. Complete handschriften van de individuele geschriften dateren van ongeveer 200 jaar na Christus. Dat is dus zo’n 150 jaar na hun ontstaan.


De beste en belangrijkste handschriften van het Nieuwe Testament dateren van ongeveer 300 jaar na hun ontstaan. Vergelijkbaar met de Koran dus. Alleen van de Koran bestaan er geen oudere handschriften, van het Nieuwe Testament bestaan er honderden.
We kunnen goed zien hoe het Nieuwe Testament is ontstaan en of er veranderingen zijn aangebracht (dat is niet zo). Bij de Koran valt dit niet te controleren omdat er geen oude handschriften zijn.


De speurtocht naar het ontstaan van de evangeliën heeft een grote hoeveelheid materiaal opgeleverd die de betrouwbaarheid van de evangeliën laat zien. Het oudste document is gevonden in Egypte en dateert uit ongeveer het jaar 125. Het betreft een fragment uit Johannes 18, dat het John Rylands-fragment wordt genoemd.
De tekst van dit fragment is identiek met latere handschriften. De vindplaats is interessant. Als er zelfs al een versie in Egypte circuleerde, dan is het zeker dat er al eerder documenten in Palestina zelf zijn geweest.


Het Evangelie naar Johannes werd waarschijnlijk rond het jaar 90 geschreven, maar eerder is ook mogelijk. De andere drie werden tussen 50 en 70 geschreven. Een fragment uit het Evangelie naar Matteüs is mogelijk nog ouder dan het fragment van Johannes. Een Duitse papyroloog heeft er onderzoek naar gedaan en zijn conclusie is dat het geschreven moet zijn vóór 62 na Christus.


Autoriteit van de 4 evangeliën

Vanaf het begin was voor de christenen duidelijk welke evangeliën autoriteit hadden. De vier evangeliën die in onze Bijbel staan waren of door apostelen geschreven (Matteüs, Johannes) of door hun leerlingen (Marcus>Pertrus, Lucas>Paulus). Ireneüs benadrukt dit ook in Adv. Haer 3, 11, 11: er zijn vier evangeliën. Al in 110 citeert hij in zijn werk uit alle vier evangeliën. Het is waar dat er meerdere evangeliën zijn, maar die zijn nooit als betrouwbaar gezien. Laat staan als onderdeel van Gods openbaring.


De indeling van het Nieuwe Testament lag al vroeg vast. Uit het geschrift van Ireneüs leren we dit, maar ook Clemens van Alexandrië en Tertullianus bespreken de boeken die we nu in het Nieuwe Testament vinden. Er wordt dan ook al gesproken over het Oude en het Nieuwe Testament. Deze drie mannen (Ireneüs, Tertullianus en Clemens) schrijven voor 200 na Christus. Dan al zijn de geschriften van het Nieuwe Testament overal bekend.


Het boek Handelingen volgt in het Nieuwe Testament op de evangeliën. Daarin kunnen we lezen over de Hemelvaart van Jezus en wat er daarna met de apostelen gebeurde. Opmerkelijk is dat het laatste deel over Paulus gaat, maar dat zijn dood er niet in beschreven wordt. Aangezien we weten dat Paulus stierf in 64 na Christus, moet dit boek daarvoor zijn geschreven.
Lukas schreef het boek Handelingen als zijn tweede boek. Zijn eerste was het Evangelie. Dat is dus nog ouder.


Grieks

Sommige mensen vragen zich af waarom de oudste documenten die we hebben van het Nieuwe Testament in het Grieks zijn. Jezus en zijn discipelen spraken toch Aramees en geen Grieks? Dat ze Aramees spraken staat vast, maar het is ook waarschijnlijk dat er (op zijn minst) een aantal waren die ook Grieks spraken. Herodes maakte dit immers tot de officiële taal in Palestina.
De gesproken taal in het oostelijke deel van het Romeinse Rijk was sinds de derde eeuw voor Christus het koine-Grieks, een vereenvoudigde versie van het klassieke Grieks. Als een jood in contact kwam met een niet-jood dan spraken zij vrijwel altijd koine-Grieks.


De geschriften van het Nieuwe Testament zijn ook in het koine-Grieks geschreven. Waren de evangeliën in het Aramees geschreven dan was het moeilijker geweest om het Evangelie te verkondigen aan de niet-joden. En dit was nu net wel de bedoeling. Het Evangelie was bedoeld voor zowel de joden als niet-joden. Logisch dus dat het Nieuwe Testament in het Grieks is opgeschreven. Het onderwijs van Jezus kan overigens direct terugvertaald worden in het Aramees. Dit toont aan dat het direct is neergeschreven in het Grieks.


Alle evangeliën zijn geschreven in elementair en eentonig Grieks, wat aantoont dat het niet de moedertaal van de schrijvers was. Verschillende woorden en de stijl wijst erop dat ze van joodse afkomst waren. De enige uitzondering is het Evangelie naar Lukas. Dit is logisch omdat in het Nieuwe Testament duidelijk wordt dat Lukas geen jood is. Grieks was waarschijnlijk wel zijn eerste taal, en de stijl laat de hand van een vaardig schrijver zien.


De apostolische vaders

Een extra argument voor de betrouwbaarheid en de oudheid van het Nieuwe Testament zijn de geschriften van de apostolische- en kerkvaders. De apostolische vaders zijn (enkele) leiders uit de periode na de apostelen. De kerkvaders zijn weer de daaropvolgende generatie.
Eén van die apostolische vaders was Polycarpus, die door de apostelen als bisschop was aangesteld. Polycarpus was een persoonlijke leerling van de apostel Johannes. Hij gaf aan anderen door wat de apostelen hem leerden. Zo gaf hij het getuigenis van de apostelen onder andere aan Ireneüs door. Zo werd het Evangelie doorgegeven, naast dat het natuurlijk op schrift was gesteld.


Ook de andere apostolische- en kerkvaders zijn belangrijk omdat zij schreven over de vroege kerk en de geschriften die ze toen gebruikte. Zoals al eerder gezien weten we mede hierdoor dat de geschriften van het Nieuwe Testament al vroeg vast stonden en betrouwbaar zijn doorgegeven. De geschriften van de apostolische- en kerkvaders ondersteunen we de betrouwbaarheid van het Nieuwe Testament.